Natuur in het Miedengebied

Binnen het project 'Cultuurhistorie, mens en natuur' houdt Altenburg & Wymenga (A&W) zich vooral bezig met het onderdeel 'natuur'. Dat begint met het beantwoorden van allerlei vragen. Welke natuurwaarden zijn er te vinden in de Miedengebieden? Waar komen waardevolle planten of dieren voor en vooral ook: hoe hangt dat samen met zaken als hoogte, bodem, water en landgebruik? Met welke problemen heeft de natuur te maken en wat zou je daaraan kunnen doen? Als je meer natuur wilt ontwikkelen, aan welke 'soorten' natuur moet je hier dan denken? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld waterpeilen, de inzet van boeren en mogelijkheden voor recreatie? Dit soort informatie vormt één van de bouwstenen voor een visie op de toekomst van het gebied, die tot stand zal komen in overleg met betrokkenen uit de streek.

Afb 1
Ligging van de deelgebieden in het landschap.
Illustratie: Altenburg & Wymenga
Afb 2
Het voorkomen van Holpijp wijst op het optreden van kwel.
Illustratie: L. de Jong (DLG)

Bijzondere ligging

Het Miedengebied heeft een bijzondere plaats in het landschap, zoals te zien is in afb. 1. Het ligt in een smalle strook met veengronden, tussen de hogere zandgronden in het zuidwesten en de lagere kleigronden in het noordoosten. De aanwezigheid van veen geeft aan dat het hier erg nat was. Vroeger stroomden er de Oude Ried, de Lauwers en de Oude Zwemmer: beekjes die water afvoerden vanaf de hogere gronden naar zee. Vanuit het noorden is de zee een aantal malen de dalen binnengedrongen en daarbij is klei afgezet. Precies in deze zone, in de dalen van die oude beken, op de overgang van zand naar klei en van hoog naar laag liggen de verschillende Miedengebieden.

Afb 3
Grote boterbloem. Foto: B. Klazenga/Klaas van der Veen
Afb 4
Spaanse ruiter.
Foto: B. Klazenga/Klaas van der Veen

Veel variatie in planten...

Overgangen in het landschap zijn vaak rijk aan planten en dieren en dat geldt ook voor de Mieden. Het gebied ligt laag en is daardoor van oudsher erg nat. Vanuit de omringende zandgronden stroomt grondwater naar deze lage delen toe, waar het als 'kwelwater' omhoog kan komen. Het voorkomen van plantensoorten als Holpijp (zie afb.2) en Grote boterbloem (zie afb. 3) laat zien waar dit het geval is. Tijdens de weg die het water aflegt door de ondergrond, verandert het van samenstelling. Binnen het gebied kunnen dan ook verschillende typen kwelwater gevonden worden. Op plaatsen waar kwelwater binnen het bereik van de planten komt, zijn vegetaties als dotterbloemhooilanden, blauwgrasland en trilveen te vinden, met bijzondere soorten als Spaanse ruiter (zie afb. 4), Ronde zegge, Vlozegge en Brede orchis. Dergelijke vegetaties en soorten zijn in Nederland, en vaak ook daarbuiten, zeer zeldzaam geworden.

Afb 5
Aanwezigheid van broedparen van weidevogels van relatief droge tot natte omstandigheden in 2002. Illustratie: L. de Jong (DLG)

...en dieren in het Miedengebied

De lage, open delen zijn rijk aan weidevogels, zoals te zien is in afb 5. Er komen meerdere bedreigde en kwetsbare soorten voor, als Zomertaling, Kemphaan, Grutto, Tureluur, Paapje en Watersnip (zie afb. 6). Voor deze laatste soort, de Watersnip, is de Mieden het belangrijkste broedgebied in Friesland en daarmee ook voor heel Nederland van groot belang. De rest van het gebied heeft een meer besloten karakter, door de aanwezigheid van onder meer singels, struwelen en moeras. In struwelen, jonge bosranden en opgaand bos broeden soorten als Boomkruiper, Boompieper, Gekraagde roodstaart en Bosrietzanger. Natte elementen als ondiepe petgaten en sloten zijn belangrijk voor foeragerende watervogels en ook komen er veel libellensoorten voor. Enkele bijzonderheden zijn de Maanwaterjuffer en de Smaragdlibel.

Afb 6
Watersnippen.
Foto: B. Klazenga/Klaas van der Veen

De toekomst: natter & mooier? Of laarzenpaden & libellenroutes? Of ...

De delen van de Mieden die nu natuurgebied zijn, vormen geen aaneengesloten geheel. Door deze versnipperde ligging is het waterbeheer vrijwel overal afgestemd op het omringende landbouwgebied: een situatie die vanuit het oogpunt van de natuur niet optimaal is. Te lage grondwaterstanden en kwelwater dat de planten niet meer kan bereiken vormen belangrijke knelpunten. De komende jaren zal het totale oppervlakte aan natuurgebied in de Mieden flink groter worden, wat mogelijkheden biedt om de bestaande knelpunten aan te pakken en de natuurwaarden te versterken. De vraag is nu hoe we, rekening houdend met de natuur, de cultuurhistorie en de wensen uit 'de streek' kunnen komen tot een invulling van dit omvangrijke gebied. Wordt het een zich spontaan ontwikkelend gebied met waterpartijen en grote grazers, waarin je op laarzen door het moeras kunt struinen? Worden het vooral graslanden, met weidevogels, botanische juweeltjes en petgaten, waar je vanaf wandelroutes, fietspaden en enkele uitkijktorens langs de randen kunt genieten? Kunnen cultuurhistorisch gezien belangrijke plaatsen en routes een herkenbaar plekje krijgen in dit geheel? Samen met de streekbewoners ligt hier een mooie taak om afwegingen te maken binnen het interactieve project 'Cultuurhistorie, mens en natuur'.

In het samen met de streek afwegen van al deze aspecten om te komen tot een beleefbaar natuurgebied, ligt een mooie taak van dit project.